Mijn project: een jaar lang elke week iets nieuws doen. Iets dat ik nog nooit eerder heb gedaan, dus. Klein of groot, hilarisch of serieus, het maakt niet uit. En het geeft ook niet als ik iets doe dat heel veel andere mensen al lang hebben gedaan. Als het voor mij maar nieuw is. Dat is het plan, dat ga ik doen. Waarom? Omdat ik zin heb om mezelf 52 keer te (laten) verrassen. En dan kijken wat er gebeurt. En ook omdat 'Elke Week Iets Bekends' een stuk saaier zou zijn...
De spelregels: grote en kleinere nieuwe dingen wisselen elkaar af. Niet volgens een vast patroon, maar zo dat er op den duur een balans ontstaat tussen ‘groots & meeslepend’ en ‘huis, tuin & keuken’. Sommige nieuwe dingen zijn gepland, andere niet. Allemaal goed, nieuw is nieuw. Sommige nieuwe dingen zijn leuk, andere niet. C'est la vie, nieuw is nieuw. Smokkelen mag niet. Geen verzinsels opschrijven dus, of dingen die ik drie jaar geleden al eens een keer voor het eerst heb gedaan. Nieuw moet ook echt nieuw zijn. En tot slot: dit project is een experiment. Daarom moet er zo nu en dan iets geconcludeerd worden. Het geeft niet wat. Als het maar inspireert, prikkelt en vooral...nieuwsgierig maakt.
woensdag 20 oktober 2010
week 10: engelen van het duister
Kennismaking met straatgenoten, schuin aan de overkant. Ik belde bij ze aan, om een pakje op te halen dat bij hen was afgeleverd omdat ik niet thuis was. De schuin-overbuurman overhandigde mij het pakketje en stelde zich toen voor. Rik. Maar we kennen elkaar toch al een beetje?, zei ik. Uit de kroeg aan de overkant? O ja, dat was waar ook, zei Rik. Rik vergeet dingen, mede door een nogal buitensporige alcohol consumptie. Achter hem in de deuropening doemde zijn vrouw op. Zij stelde zich ook voor. Hanna. Net als Rik was haar toon een tikje onvast en stonden haar ogen wat waterig. Jaja, ze kende me wel, maar toch leuk om echt even kennis te maken, zei ze. En trouwens, ik zit behoorlijk in de lappenmand, ging ze verder. En toen vertelde ze me dat ze net een nare uitslag had gekregen van het ziekenhuis. En ze vroeg of ik een glaasje wijn wilde. Ik zei ja, en zo belandde ik op de sky lederen bank bij Rik en Hanna. In het uur dat ik daar heb gezeten, werd ik getrakteerd op een schier eindeloze reeks van treurige anekdotes. Het ene verhaal na het andere vertelden ze me, elkaar corrigerend en in de rede vallend zoals je zo vaak ziet bij gelieven die al heel lang bij elkaar zijn ('nee Rik, laat mij nou even, je vertelt het helemaal verkeerd'). Over ziektes ging het en ongelukkige ervaringen in de vroege jeugd. Over tragische auto ongelukken en zelfmoorden. Over broers, moeders, en afgewezen minnaars en minnaressen, van wie de sepia foto's op een rijtje in de boekenkast stonden. Over kleinkinderen, van wie Rik de namen even niet meer wist. Over de knotsgekke mevrouw Kapteijn, die jarenlang ook in de straat heeft gewoond en de hele buurt terroriseerde met haar gekrijs en haar gedoe. Het ging maar door, ze moesten het allemaal kwijt. Ik stelde me ineens voor dat Rik en Hanna me zouden gijzelen en dagenlang zouden doorpraten, terwijl ze me het ene vieze glas wijn na het andere inschonken en zelf vier keer zo snel dronken als ik. Ze hebben natuurlijk een deal met de pakjes bezorgers, realiseerde ik me. Tegen een kleine vergoeding droppen die alle pakjes voor de buurt bij Rik en Hanna. Zodat er op gezette tijden iemand aanbelt. Die trekken ze dan naar binnen. En dan gieten ze hun argeloze slachtoffer vol met inktzwarte wijn en dito verhalen. Brr. Ik stond op en nam afscheid. Ik kreeg van allebei drie zoenen. Op weg naar de voordeur viel mijn oog op een boek dat op tafel lag. ‘Engelen van het Duister’, van Jan Siebelink. Passend beeld, vond ik. En toch. Het zijn goeie mensen, deze straatgenoten, weggelopen uit een verhaal van Roald Dahl of een lied van Ramses Shaffy, met al hun tragiek en hun intense behoefte aan iemand die luistert en meedrinkt. Compassie is een mooi ding.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten