Eigenlijk is flessenpost natuurlijk iets ouds. En wat ik deze week doe, is ook niet echt flessenpost. Maar wel iets dat er op lijkt. Ik heb foto's en een brief in een envelop gestopt en daar een heel vaag Cubaans adres op geschreven. Straatnamen en huisnummers heb ik namelijk niet, en ook de achternamen van de beoogde ontvangers van mijn post zijn mij onbekend. Ik vraag Leo om mijn envelop op de bus te doen op Cuba. Is ie tenminste al een stukkie op weg. Ik ken Leo sinds kort. Hij gaat binnenkort, zoals elk jaar, naar Cuba. Niet naar foute all-inclusive toeristenoorden, maar naar kleine dorpen en stadjes. Daar heeft hij vrienden. En die zoekt hij graag op. Twee jaar geleden waren wij zelf op Cuba. We hebben een deel van het eiland doorkruist in een autootje, dat het uiteindelijk pruttelend en hortend en stotend begaf. Dat gebeurde in een afgelegen dorp met een paar straten en een benzinepomp. Bij die pomp zijn we hulp gaan vragen. Ene Abelardo wist daar te vertellen dat zijn vriend Noel veel verstand had van auto's. De mensen van de benzinepomp knikten. Ja, Noel, die weet alles van auto's. Maar Noel was helaas net weg op zijn motor. Geen nood. Abelardo sprong op zijn mountain bike en keerde een half uur later terug. Met Noel. Beide mannen hebben drie uur lang geprobeerd onze auto weer aan de praat te krijgen. Tevergeefs. Toen hebben ze ons geholpen met het bellen van het autoverhuur-bedrijf. We moesten immers verder. Zoiets valt niet mee op Cuba, maar het is gelukt. Dankzij Noel en Abelardo. Toen de norse mannen van Cuba-Car Rent arriveerden, bleven ze er als havikken bij staan om zeker te weten dat ons geen oor aan genaaid zou worden. Ze goten de benzine van ons oude barreltje met behulp van een slang eigenhandig over in de vervangende auto. Ze wilden niks van ons hebben. Ze zwaaiden ons uit. Toen we uiteindelijk 's avonds laat aankwamen in ons pension, bleken ze gebeld te hebben om te checken of we wel goed waren aangekomen Ik heb nog een tijdje af en toe met ze gemaild, maar uiteindelijk kreeg ik geen reactie meer. En dus stop ik nu de foto's van onze ontmoeting in een envelop, waar alleen maar op staat: 'Aan Noel en Abelardo, Benzinepomp, Contramaestre, Cuba'. Mijn allereerste flessenpost, met hulp van Leo. Ik hoop dat ik aanspoel.
Mijn project: een jaar lang elke week iets nieuws doen. Iets dat ik nog nooit eerder heb gedaan, dus. Klein of groot, hilarisch of serieus, het maakt niet uit. En het geeft ook niet als ik iets doe dat heel veel andere mensen al lang hebben gedaan. Als het voor mij maar nieuw is. Dat is het plan, dat ga ik doen. Waarom? Omdat ik zin heb om mezelf 52 keer te (laten) verrassen. En dan kijken wat er gebeurt. En ook omdat 'Elke Week Iets Bekends' een stuk saaier zou zijn...
De spelregels: grote en kleinere nieuwe dingen wisselen elkaar af. Niet volgens een vast patroon, maar zo dat er op den duur een balans ontstaat tussen ‘groots & meeslepend’ en ‘huis, tuin & keuken’. Sommige nieuwe dingen zijn gepland, andere niet. Allemaal goed, nieuw is nieuw. Sommige nieuwe dingen zijn leuk, andere niet. C'est la vie, nieuw is nieuw. Smokkelen mag niet. Geen verzinsels opschrijven dus, of dingen die ik drie jaar geleden al eens een keer voor het eerst heb gedaan. Nieuw moet ook echt nieuw zijn. En tot slot: dit project is een experiment. Daarom moet er zo nu en dan iets geconcludeerd worden. Het geeft niet wat. Als het maar inspireert, prikkelt en vooral...nieuwsgierig maakt.
zaterdag 28 augustus 2010
zondag 22 augustus 2010
Week 2: première
Nog nooit bij een filmpremière geweest, nu dus wel: "The Beagle, the movie", in het Muziekgebouw aan het IJ. We krijgen een polsbandje om van de VPRO (da's ook nieuw, maar dat zit inbegrepen bij deze geheel nieuwe ervaring). Het Muziekgebouw is hip en groot en druk en warm, en een goed biertje tappen kunnen ze er niet. Daarom drinken wij rosé (gratis, vanwege dat polsbandje), op de tweede etage, met heel veel glas rondom. Om ons heen: bootjes, boten, schepen, schuitjes, sloepen, schoeners, jachten, pontjes. Sail. We ontmoeten die avond allerlei mensen. Een ervan: een gepensioneerde GGZ arts. Met haar praat ik over hoe mooi de film is. Vooral omdat, zo vond zij, hij aanzet tot nadenken. Ze vond ook dat 'nadenken', 'verwonderen' en 'nieuwsgierig zijn' tegenwoordig zwaar ondergewaardeerd worden. De mensen willen steeds minder weten, zei ze. Dat deed haar pijn. Het leven wordt er zo saai en vlak van, stelde ze vast. Ik verzin dit niet, ze zei het echt. En daarmee gaf ze het project 'Elke Week Iets Nieuws' zonder dat ze het in de gaten had een aanmoediging van jewelste.
vrijdag 20 augustus 2010
Week 1: de bushalte
Vandaag sta ik bij de bushalte vlakbij mijn huis. De bus laat op zich wachten. Het wordt steeds drukker bij de halte en ik word aangesproken door een meneer en zijn dochter. Of het klopt dat de bus die hier zo langs komt naar het Centraal Station gaat, willen ze weten. Ik zeg ja, en we raken aan de praat. Als na bijna vijfentwintig minuten de bus er nog steeds niet is, begin ik het raar te vinden. En vervelend bovendien, want ik heb een afspraak. Dit alles deel ik met mijn nieuwe halte-kennissen, de meneer en zijn dochter. Na een dik half uur besluit ik om toch maar met de auto naar het centrum te gaan. Ik bied de meneer en zijn dochter een lift aan, ik kom praktisch langs het station. Ze zijn blij met het aanbod, ze moeten nog een heel eind met de trein en dit scheelt ze een hoop tijd en gedoe. Ze stellen zich voor: hij heet Hans, zij Brigit. Het is een gezellige boel als we naar de auto lopen, en ook tijdens het ritje naar de stad is het plezierig toeven met Hans en Brigit. We vertellen elkaar wie we zo'n beetje zijn en wat we doen. Brigit gaat studeren in Amsterdam. Hans is stoer, hij heeft een Landrover en een paar broers. En gelukkig ook veel zelfspot, een fijne combinatie. Hans is uitvinder. Echt waar. En dan niet van lullige onbruikbare hulpstukken voor stofzuigers of staafmixers, maar van knappe technische dingen. Koppelingen voor in een F-zestien, dat werk. Brigit zegt dat het kei handig is, zo'n slimme papa (Hans en Brigit komen uit Brabant). Ze bedanken me als ik ze vlakbij het station afzet. Maar ik wil hen bedanken: dankzij hen realiseer ik me dat het kei leuk kan zijn (ik kom ook uit Brabant) om iets te doen dat je nog nooit hebt gedaan (ik heb nog nooit twee mensen meegenomen van een bushalte en ze daarna een lift gegeven naar het station). Dus het project 'Elke Week Iets Nieuws' komt mede tot stand dankzij mijn vrolijke ontmoeting met zomaar een vader en een dochter bij een bushalte. En dankzij de haperende dienstregeling van bus 4. Hans, Brigit, en het Utrechtse busvervoer: kei bedankt.
Abonneren op:
Posts (Atom)