Mijn project: een jaar lang elke week iets nieuws doen. Iets dat ik nog nooit eerder heb gedaan, dus. Klein of groot, hilarisch of serieus, het maakt niet uit. En het geeft ook niet als ik iets doe dat heel veel andere mensen al lang hebben gedaan. Als het voor mij maar nieuw is. Dat is het plan, dat ga ik doen. Waarom? Omdat ik zin heb om mezelf 52 keer te (laten) verrassen. En dan kijken wat er gebeurt. En ook omdat 'Elke Week Iets Bekends' een stuk saaier zou zijn...
De spelregels: grote en kleinere nieuwe dingen wisselen elkaar af. Niet volgens een vast patroon, maar zo dat er op den duur een balans ontstaat tussen ‘groots & meeslepend’ en ‘huis, tuin & keuken’. Sommige nieuwe dingen zijn gepland, andere niet. Allemaal goed, nieuw is nieuw. Sommige nieuwe dingen zijn leuk, andere niet. C'est la vie, nieuw is nieuw. Smokkelen mag niet. Geen verzinsels opschrijven dus, of dingen die ik drie jaar geleden al eens een keer voor het eerst heb gedaan. Nieuw moet ook echt nieuw zijn. En tot slot: dit project is een experiment. Daarom moet er zo nu en dan iets geconcludeerd worden. Het geeft niet wat. Als het maar inspireert, prikkelt en vooral...nieuwsgierig maakt.
zondag 24 oktober 2010
week 11: bezinnen
Tien weken onderweg met Elke Week Iets Nieuws. Mooi moment voor een eerste bezinning. Er moet immers zo nu en dan iets geconcludeerd worden. Hoe lopen de zaken? Valt er al iets te vast te stellen? In ieder geval dat het nog best een tour is, om elke week iets nieuws te doen. Ik vind mezelf best wel ondernemend en avontuurlijk en outgoing en zo, en toch. De waan van de dag, dagelijkse beslommeringen, het genoegen van de vaste routines, ze maken het de nieuwsgierigheid niet altijd even makkelijk. Voor je het weet vergeet je om iets nieuws te doen, of heb je er gewoon even geen zin in. Maar ja. Afgelopen week was ik bij een begrafenis. De begrafenis van een vriendin van een heel goede vriend. Ze was zelf uit het leven gestapt, na jaren van ziek en bang zijn. Ontzettend dapper heeft ze geprobeerd haar demonen de baas te worden. Maar in een onbewaakt moment deelden die toch de genadeklap uit. Ze was bijzonder en lief, deze vriendin van mijn vriend. Tijdens de dienst vertelde hij dat ze, ondanks al haar problemen en angst, altijd benieuwd was naar hoe het met hem ging. Dat ze daar naar vroeg, dat ze meeleefde en oprecht nieuwsgierig was. En dat hij, als hij bij haar op de koffie ging, altijd het mooie kopje kreeg - ze nam zelf die met de barst erin. Ze had veel liefde in huis, deze vrouw. In het afscheidsboekje dat voor haar was gemaakt, stond dat ze zich, nog niet zolang geleden, een paar dingen had voorgenomen. Ze wilde er weer op uit, met de bus naar een museum. Of zelf een boodschap doen. En ze wilde elke week iets nieuws ondernemen. Ik voelde een schokje toen ik dat las. Ondanks alles wat haar in de weg zat, wilde ze uiteindelijk dus gewoon hetzelfde als ik: leven, dingen meemaken en zoveel mogelijk ontdekken. Als je ervoor kunt kiezen om elke week iets nieuws te doen dan is dat geluk, realiseerde ik me nog maar eens. Mijn blog is vanaf nu dus ook een beetje voor haar. Uit eerbied, en omdat ze de wereld zoveel te bieden had met haar liefde en haar nieuwsgierigheid.
woensdag 20 oktober 2010
week 10: engelen van het duister
Kennismaking met straatgenoten, schuin aan de overkant. Ik belde bij ze aan, om een pakje op te halen dat bij hen was afgeleverd omdat ik niet thuis was. De schuin-overbuurman overhandigde mij het pakketje en stelde zich toen voor. Rik. Maar we kennen elkaar toch al een beetje?, zei ik. Uit de kroeg aan de overkant? O ja, dat was waar ook, zei Rik. Rik vergeet dingen, mede door een nogal buitensporige alcohol consumptie. Achter hem in de deuropening doemde zijn vrouw op. Zij stelde zich ook voor. Hanna. Net als Rik was haar toon een tikje onvast en stonden haar ogen wat waterig. Jaja, ze kende me wel, maar toch leuk om echt even kennis te maken, zei ze. En trouwens, ik zit behoorlijk in de lappenmand, ging ze verder. En toen vertelde ze me dat ze net een nare uitslag had gekregen van het ziekenhuis. En ze vroeg of ik een glaasje wijn wilde. Ik zei ja, en zo belandde ik op de sky lederen bank bij Rik en Hanna. In het uur dat ik daar heb gezeten, werd ik getrakteerd op een schier eindeloze reeks van treurige anekdotes. Het ene verhaal na het andere vertelden ze me, elkaar corrigerend en in de rede vallend zoals je zo vaak ziet bij gelieven die al heel lang bij elkaar zijn ('nee Rik, laat mij nou even, je vertelt het helemaal verkeerd'). Over ziektes ging het en ongelukkige ervaringen in de vroege jeugd. Over tragische auto ongelukken en zelfmoorden. Over broers, moeders, en afgewezen minnaars en minnaressen, van wie de sepia foto's op een rijtje in de boekenkast stonden. Over kleinkinderen, van wie Rik de namen even niet meer wist. Over de knotsgekke mevrouw Kapteijn, die jarenlang ook in de straat heeft gewoond en de hele buurt terroriseerde met haar gekrijs en haar gedoe. Het ging maar door, ze moesten het allemaal kwijt. Ik stelde me ineens voor dat Rik en Hanna me zouden gijzelen en dagenlang zouden doorpraten, terwijl ze me het ene vieze glas wijn na het andere inschonken en zelf vier keer zo snel dronken als ik. Ze hebben natuurlijk een deal met de pakjes bezorgers, realiseerde ik me. Tegen een kleine vergoeding droppen die alle pakjes voor de buurt bij Rik en Hanna. Zodat er op gezette tijden iemand aanbelt. Die trekken ze dan naar binnen. En dan gieten ze hun argeloze slachtoffer vol met inktzwarte wijn en dito verhalen. Brr. Ik stond op en nam afscheid. Ik kreeg van allebei drie zoenen. Op weg naar de voordeur viel mijn oog op een boek dat op tafel lag. ‘Engelen van het Duister’, van Jan Siebelink. Passend beeld, vond ik. En toch. Het zijn goeie mensen, deze straatgenoten, weggelopen uit een verhaal van Roald Dahl of een lied van Ramses Shaffy, met al hun tragiek en hun intense behoefte aan iemand die luistert en meedrinkt. Compassie is een mooi ding.
donderdag 14 oktober 2010
week 9: fijn fietsen
Als het om sporten gaat, ben ik een gespleten persoonlijkheid. Geef me een bal en ik kan er van alles mee: tennissen, squash, hockey, voetbal. Allemaal leuk, en ik ben er nog aardig goed in ook. Hetzelfde geldt voor hard rennen, en spieren trainen op apparaten. Maar. Het gaat mis als ik iets gymnastisch moet doen. Hou me ten goede, aan mijn lenigheid ligt het niet. Ik raak met gemak vanuit voorover gebogen stand mijn tenen aan en doe fluitend de lotuszit. Als ik de krant lees, liefst op de grond, vouw ik mijn benen onder mijn lijf als een elastiekje. Aan souplesse geen gebrek dus. Ik ben alleen een tikje onhandig. En bovendien lichtelijk bang uitgevallen. Vandaar dat ik op school geen sprong over de bok durfde te maken. En het maar niet voor elkaar kreeg om fatsoenlijk in een touw te klimmen (te hoog), een koprol over de kast te maken (te eng), of een vogelnestje te doen in de ringen (te complex). Ik heb het ook met paardrijden (hoe kom je in vredesnaam zo’n paard op?) en met abseilen (nog nooit gedaan). Dus vandaar dat het voor mij een hele prestatie was om voorop een fiets te gaan zitten. Voorop ja. Op zo’n hippe fiets met een plankje voor het stuur, waar je dan zo’n hip kratje op kunt zetten en een hip hondje in kunt doen. Of boodschappen. Dat kratje zat er niet op, dus ik kon er zo opspringen. Qua souplesse een makkie, maar voor mij als onhandig en licht neurotisch gymnastisch type een risicovolle onderneming. Toch gedaan dus, omdat het stiekem nog op mijn lijstje stond van nieuwe dingen om te doen. Het leek me zo fijn, iemand achter je te voelen die stuurt en de boel in evenwicht houdt, en jij dan voorop met de wind in je haren en je benen vooruit. Het was inderdaad precies zo fijn als ik dacht. En ik zeg lekker niet wie er fietste.
dinsdag 12 oktober 2010
week 8: down sizen
Ook nog nooit gedaan: kopje koffie met een meisje met Down. Of nou ja, meisje, ik schat haar een jaar of dertig. Is vaak moeilijk te zeggen. Maar haar moeder is erbij en die schat ik ergens midden zestig. Ik zit op een terras en er is nog maar één tafeltje bij het water. Bij de vissen. Die wil ze zien, het meisje. Maar ja, ik zit al aan dat tafeltje, en dus vraagt de moeder of het goed is als ze erbij komen. Tuurlijk. We kletsen een beetje. Over de vissen en over de cappuccino. Ik eet een tosti, het meisje een hazelnootgebakje met een platgeslagen chocolade eekhoorn er op. Die eekhoorn vindt ze niks, het gebakje gaat er aardig in. Ze zit in een rolstoel, er ligt een blauw dekentje op haar schoot. Moeder en dochter zijn allebei een beetje verlegen, dus ik dring niet aan en buig me weer over mijn krantje. Ik lees een ingezonden brief van een chronisch zieke jongen met een Wajong uitkering. Hij is bezorgd, nee, hij is boos over het feit dat die uitkering waarschijnlijk wordt weg bezuinigd door die kloeke nieuwe bestuurders met hun ferme wil. Als dat gebeurt, is de kans groot dat hij moet stoppen met zijn universitaire studie. Want hoe betaalt hij dan zijn dieet, de aanpassingen in zijn studentenkamer, zijn medicijnen, zijn vervoer naar de college zalen? Een bijbaantje nemen lukt niet en zijn ouders zijn niet rijk, schrijft hij. Zijn voorland: stoppen met studeren en in een sociale werkplaats fysiek werk gaan doen. Lekker dan, schrijft hij er bij, word ik nog zieker. Hij snapt heus wel dat we moeten bezuinigen, kaasschaven en down sizen, maar dit is te gek voor woorden. Hij is echt boos, deze jongen. Ondertussen is het hazelnootgebakje op. De dames vertrekken weer. Het meisje vertelt me nog dat ze het wel leuk vindt, terrassen, maar het duurt altijd zo lang. Interessante observatie. Het is een gedoe, met een rolstoel tussen alles en iedereen door. Ik schuif wat tafeltjes opzij en vraag of het lukt zo. ‘Ja hoor, we vinden wel een uitweg, zegt de moeder. ‘Hebben we altijd gedaan, toch?’ Ze knikt nog even en wenst mij een prettige dag. Zo zit het precies, realiseer ik me. Als je iets hebt moet je steeds vaker zelf maar zien dat je een uitweg vindt. Ik schuif de krant opzij en stop de chocolade eekhoorn in mijn mond. Het helpt niet. Deze nieuwe ontmoeting laat me zeker nog een uur zitten met een zeurend gevoel van downerigheid.
zaterdag 2 oktober 2010
week 7: glamour in Utrecht
Mijn stad en de film. Al jaren geniet ik van ons eigen leuke knusse festival, maar niet eerder had ik de glitter van zo dichtbij aanschouwd. We gingen naar de jubileumavond. Het filmfestival werd 30 en mijn lief had kaarten. Vóór ons Willeke van Ammelrooij, naast ons Ronald Giphart (ook een filmicoon), links Renée Soutendijk en ergens rechtsachter Barry Atsma (die in zijn eentje zorgt voor de glamourisering van Leidsche Rijn, als ik me niet vergis). Veel mensen droegen een gouden omslagdoek, omdat ze hadden meegelopen in de plechtige processie van het Gouden Kalf door onze Domstad. Het was een typisch Utrechtse glamour-doek, vond ik. Mooi, maar niet schreeuwerig om aandacht vragend (had van mij best ietsje meer gemogen) en nog duurzaam ook, want heel goed opnieuw te gebruiken (de gouden bruiloft van je ouders? En wat te denken van een leuk patchwork knutselkussen voor je kind?). Tja, glamour in Utrecht. Dat is een rode loper met een best wel klein kluitje mensen, die het machtig vinden, al die celebreties in hun stadsie. En dan 100 meter verderop een fietsenzaak. Je kunt die zaak zo ongeveer zien vanaf de loper. ‘Hei-bike, betaalbaar fietsen’. Dus niet ‘lekker fietsen’, of ‘keihard fietsen’, of ‘super mooi en gaaf fietsen’, maar ‘betaalbaar fietsen’. Doe maar niet te duur, ga gewoon een beetje voordelig fietsen. Says it all. Als je wegloopt van die rode loper bij de Utrechtse schouwburg, het maakt niet uit welke kant op, dan is de glamour letterlijk binnen een minuut verdwenen. Dan is het fietsenzaak, dierenwinkel, Japans eettentje met roze porseleinen poesjes in de etalage, en verder geen drukte. In Utrecht zijn we bescheiden trots. Geen briesende stier, maar een aardig kalfje. Glamour in Utrecht, ik hou ervan.
week 6: leesboek
Je kunt ‘m natuurlijk ook gewoon lezen, dacht ik. De Koran. Het is tenslotte een boek. Met een boek kun je van alles. Er een mening over hebben zonder dat je het gelezen hebt, bijvoorbeeld. Of het in brand steken. Of heel hard roepen dat je het in brand gaat steken en het dan uiteindelijk toch niet doen (maar wel het wereldnieuws halen en daarmee schepper worden van je eigen finest hour). Je kunt er ook bladzijden uit scheuren en dat dan filmen en een hoop politieke opschudding veroorzaken en stemmen trekken. Maar je kunt het dus ook lezen. Ik ben er aan begonnen. Valt niet mee, moet ik zeggen. Ik heb de vertaling van Kader Abdollah, die de teksten niet alleen heeft vertaald (hee, alweer iets dat je kunt met een boek!), maar ook door elkaar heeft gehusseld, zodat de levensloop van de Profeet zich in een enigszins (chrono)logische volgorde aan ons ontvouwt. Het is een hele toestand geweest, die levensloop. Het lijkt alsof de Profeet er met het verstrijken der jaren niet milder op werd (doet me een beetje denken aan de ontwikkeling die sommige Nederlandse politici doormaken). Zijn geloof was een soort ‘fusion’ van het joden- en christendom, inclusief Abraham en de Engel Gabriël. Ik vind de Koran een moeilijk boek. In de vertaling van Kader staat dat de Almachtige lief is, geeft en vergeeft. En ook dat je goede daden moet doen, zoals brood aan de armen geven en wezen in je huis opnemen. Daar kan toch niet zo gek veel mis mee zijn, denk ik dan (hoewel dat laatste, van die wezen in je huis, dat is waarschijnlijk één van de punten waarop sommige Nederlandse politici zo flippen. Nederland is immers van de Nederlanders, en die wezen, ja zeg, zoek het uit!). Maar ja, er staat ook het nodige in over vuur en kettingen voor ongelovigen en meer van dat soort strijdlustigheden. Het lijkt warempel wel het Oude Testament. Daar snap ik ook al niet veel van, met al die eerstgeborenen die een kopje kleiner worden gemaakt, broers die elkaar in de haren vliegen, slachtpartijen en instortende muren, en nog meer vreselijke straffen voor wie niet wil deugen. Al met al hoop ik maar dat niet te veel mensen doen wat je volgens mij in ieder geval niet moet doen met dit soort boeken: ze letterlijk nemen en er verder niet meer over nadenken. Ik ben inmiddels bij de 19e soera. Ik lees aandachtig verder.
Abonneren op:
Posts (Atom)