Mijn project: een jaar lang elke week iets nieuws doen. Iets dat ik nog nooit eerder heb gedaan, dus. Klein of groot, hilarisch of serieus, het maakt niet uit. En het geeft ook niet als ik iets doe dat heel veel andere mensen al lang hebben gedaan. Als het voor mij maar nieuw is. Dat is het plan, dat ga ik doen. Waarom? Omdat ik zin heb om mezelf 52 keer te (laten) verrassen. En dan kijken wat er gebeurt. En ook omdat 'Elke Week Iets Bekends' een stuk saaier zou zijn...
De spelregels: grote en kleinere nieuwe dingen wisselen elkaar af. Niet volgens een vast patroon, maar zo dat er op den duur een balans ontstaat tussen ‘groots & meeslepend’ en ‘huis, tuin & keuken’. Sommige nieuwe dingen zijn gepland, andere niet. Allemaal goed, nieuw is nieuw. Sommige nieuwe dingen zijn leuk, andere niet. C'est la vie, nieuw is nieuw. Smokkelen mag niet. Geen verzinsels opschrijven dus, of dingen die ik drie jaar geleden al eens een keer voor het eerst heb gedaan. Nieuw moet ook echt nieuw zijn. En tot slot: dit project is een experiment. Daarom moet er zo nu en dan iets geconcludeerd worden. Het geeft niet wat. Als het maar inspireert, prikkelt en vooral...nieuwsgierig maakt.
vrijdag 18 maart 2011
week 19: (ta)bak(van)fiets
De bakfiets. Je kent ‘m wel. Bereden door hippe moeders met leuke laarzen en King Louie jurken, of door hippe vaders met half lang haar en een papa-dag. Twee hippe blonde kinderen in de bak, boodschappen d’r bij en soms nog een los kind op de fiets ernaast. Ook in mijn stad wemelt het ervan. Ze zijn breed, ze blokkeren feitelijk het hele fietspad. Eigenlijk erger ik me rot aan die krengen. Ze zijn ook reteduur. Maar ja. Je moet wat, als gemiddeld hoog opgeleid tweeverdienend gezin in een betere buurt van een moderne stad. Ik heb zelf nog nooit op een bakfiets gereden. Me wel vaak afgevraagd of dat nou een beetje lekker fietst. Je zou denken van wel, want de gemiddelde hippe moeder of vader zit zeer zelfbewust op zo’n ding. Maar gisteren ontdekte ik de andere kant van het bakfiets-wezen. Het kwam namelijk bijna tot een botsing. Tussen mij en een jongen. Een jongen op een bakfiets. Ja, een jongen. Geen hippe moeder of vader dus. Hij kwam een bocht om zwieren en reed mij zowat omver. ‘O jeetje, sorry’, zei hij. ‘Ja, het is ook zo’n gedoe, zo’n bakfiets. Ik vind het helemaal niks’. Ik vroeg hem wat het gedoe dan precies was en hij zei: ‘nou, gewoon alles’. Na enig doorvragen bleek dat de jongen vond dat ie zwieberde en veel te zwaar was en veel te lomp en te groot. 'Ik kan er niet mee omgaan, het is niet te doen'. Tja. Daar hoor je dus nooit iemand over. Ja, een enkele keer zie je wel eens een zwetende moeder met vet haar, zwoegend tegen de wind in, maar meestal is het van: 'o, zo ideaal..echt, meid, ik zou niet meer anders willen'. De bakfiets is de nieuwe BMW, de buren hebben ‘m ook en hij staat zelfs in het Volkskrant Magazine, in het katern 'Spullen Die Je Moet Hebben'. Maar goed. Laat iedereen vooral z’n gang gaan. En het is vast ook enorm handig en zo. Toch denk ik nog wel eens aan hoe ik vroeger achterop zat bij mijn moeder. Zij had een Union. Een donkergroene. Ik hield haar stevig vast, armpjes om haar middel. Geen last van de wind, want haar rug zat ervoor. Da’s toch heel wat anders dan voor in zo’n bak, met een plastic zeiltje als het regent….daar zit je dan, als hip kind. Wel een fijn vrij uitzicht, maar die veilige rug ben je mooi kwijt.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Wie wil er nou vrij uitzicht als klein kind, of een hippe moeder? Vrij uitzicht wil je later pas. En een hippe moeder eigenlijk helemaal niet. In ieder geval niet té hip. Of ben ik nu ontmaskerd als lid van een hopeloos ouderwetse generatie?
BeantwoordenVerwijderen