De spelregels: grote en kleinere nieuwe dingen wisselen elkaar af. Niet volgens een vast patroon, maar zo dat er op den duur een balans ontstaat tussen ‘groots & meeslepend’ en ‘huis, tuin & keuken’. Sommige nieuwe dingen zijn gepland, andere niet. Allemaal goed, nieuw is nieuw. Sommige nieuwe dingen zijn leuk, andere niet. C'est la vie, nieuw is nieuw. Smokkelen mag niet. Geen verzinsels opschrijven dus, of dingen die ik drie jaar geleden al eens een keer voor het eerst heb gedaan. Nieuw moet ook echt nieuw zijn. En tot slot: dit project is een experiment. Daarom moet er zo nu en dan iets geconcludeerd worden. Het geeft niet wat. Als het maar inspireert, prikkelt en vooral...nieuwsgierig maakt.

dinsdag 15 maart 2011

week 18: uw hart heeft een deur

Met de trein naar mijn broertje. Vlak bij de kaartjesautomaat staat een man met een lange grijze baard en een roze hoedje op zijn hoofd. Om zijn nek hangt een groot bord, waar op staat: ‘uw hart heeft een deur’. Een zonderling, zoals elke grote stad (en elk klein dorp trouwens ook vaak) ze wel heeft. Meestal praat je niet met ze en zij ook niet met jou. Ze roepen of schreeuwen een beetje in de rondte en iedereen vindt dat best. Met deze meneer is dat ook zo, behalve dan dat hij niet roept of schreeuwt. Hij staat daar gewoon en hij glimlacht naar iedereen die voorbij loopt. Sommige mensen kijken even naar het bord en trekken een wenkbrauw op of stoten elkaar grinnikend aan. Maakt de man-met-baard-en-bord niet uit. Hij blijft glimlachen. Ik besluit iets nieuws te doen en hem te vragen wat dat inhoudt, ‘uw hart heeft een deur’. Hij begint het me vriendelijk uit te leggen. ‘Elk hart (‘ja mevrouw, ook dat van u!’) heeft een deur en daar kunt u God door binnen laten’. Aha, denk ik. Op die fiets. ‘Maar hoe werkt dat dan?’, wil ik weten. ‘Nou gewoon, God klopt aan en u moet Hem dan binnen laten’. ‘Moet ik ‘m zelf binnen laten?’ ‘Vanzelfsprekend. God gaat natuurlijk niet inbreken’. Nee, da’s waar. Hij zou wel gek zijn met die 3000 extra agenten die we er sinds Opstelten bij hebben gekregen. Of ik ook in Jezus geloof, informeert de man. Ik geloof van niet, zeg ik. De man gelooft wel. Al twintig jaar. Hij is er een beter mens van geworden. ‘En ik was ondeugend hoor! (ja mevrouw, nog ondeugender dan u!’). Huh? Hoezo, nog ondeugender dan ik? Wat weet deze meneer van mij? Stond er toevallig ergens een deur open? Hoe dan ook, de man is naar eigen zeggen een gelukkig en goed mens sinds de Almachtige in zijn hart bivakkeert. Bij mij dringt hij verder niet aan. Wel diept hij uit een lief heuptasje vol met buttons een boekje op. Dat geeft hij aan mij. Later in de trein vraag ik mij af hoe dat werkt als je onwrikbaar gelooft in een Opperwezen dat in principe alles oplost en het beste met je voorheeft. Zorgt dat er dan voor dat je kalmpjes in een stationshal durft te gaan staan met een bord en een roze hoedje en een heuptasje met buttons? Of komt dat omdat je gewoon van lotje getikt bent? In mijn net gekregen boekje lees ik dat God graag wil dat ik een blij en gelukkig leven heb en me vrij voel. Nou ja zeg, waar bemoeit Hij zich eigenlijk mee? Ik, agnostisch academisch verlicht type, regel dat allemaal zelf wel. Maar ik vind het eigenlijk ook stoer van die meneer. Gek of niet, hij voelt zich in elk geval vrij. Bij ons in Brabant durven ze wat hij doet alleen maar met carnaval. Daarna gaat meestal de deur weer dicht.

1 opmerking:

  1. Dat vind ik nou ook, dat je hart een deur heeft. En die moet zo nu en dan open om te luchten.
    En als ik op mijn bloglijstje zie dat er een nieuwe post van jou is, dan verheug ik me want ik weet dat er dan weer een zacht windje doorheen trekt ;).

    BeantwoordenVerwijderen