Mijn project: een jaar lang elke week iets nieuws doen. Iets dat ik nog nooit eerder heb gedaan, dus. Klein of groot, hilarisch of serieus, het maakt niet uit. En het geeft ook niet als ik iets doe dat heel veel andere mensen al lang hebben gedaan. Als het voor mij maar nieuw is. Dat is het plan, dat ga ik doen. Waarom? Omdat ik zin heb om mezelf 52 keer te (laten) verrassen. En dan kijken wat er gebeurt. En ook omdat 'Elke Week Iets Bekends' een stuk saaier zou zijn...
De spelregels: grote en kleinere nieuwe dingen wisselen elkaar af. Niet volgens een vast patroon, maar zo dat er op den duur een balans ontstaat tussen ‘groots & meeslepend’ en ‘huis, tuin & keuken’. Sommige nieuwe dingen zijn gepland, andere niet. Allemaal goed, nieuw is nieuw. Sommige nieuwe dingen zijn leuk, andere niet. C'est la vie, nieuw is nieuw. Smokkelen mag niet. Geen verzinsels opschrijven dus, of dingen die ik drie jaar geleden al eens een keer voor het eerst heb gedaan. Nieuw moet ook echt nieuw zijn. En tot slot: dit project is een experiment. Daarom moet er zo nu en dan iets geconcludeerd worden. Het geeft niet wat. Als het maar inspireert, prikkelt en vooral...nieuwsgierig maakt.
maandag 22 november 2010
Week 13: appeltaartmeisjes
Nieuw woord: appeltaartmeisjes. Ik heb het niet zelf verzonnen. Een appeltaartmeisje is een meisje dat naast haar moeder heeft gestaan toen die een appeltaart bakte. Het meisje heeft goed opgelet en beweert nu dat ze zelf ook heel goed appeltaarten kan bakken. Maar ze heeft het nog nooit gedaan. Met als gevolg dat ze in het hele appeltaarten-bak proces regelmatig in paniek raakt. O jee, het deeg klontert! Wat nu? Help, hij koekt aan! Getver, hij is veel te nat! (ja duh, logisch, je hebt er veel te veel appels in gedaan. Doos.) Dat idee. De uitvinder van het woord gebruikte het om een aantal van haar jongere collega’s te karakteriseren. Niet om te sarren of vilein te wezen, maar gewoon, omdat ze het even helemaal gehad had met die hysterische appeltaartmeisjes met hun zelfverzekerde buitenkant en substantieloze binnenwerk, en met elke keer weer die kwaad weggesmeten bak met deeg op moeten ruimen en dan toch zelf maar weer een appeltaart bakken. Want ze weg sturen, die opgewonden standjes met hun taart-gepruts, dat durft niemand. Zucht. Maar ja. Het kan nog veel erger. Er zijn namelijk ook appeltaartjongens. Ook wel koekenbakkers genoemd. Koekenbakkers bakken er zelf echt totaal niks van (in tegenstelling tot appeltaartmeisjes, die kunnen heus wel wat, alleen niet alles, en het probleem is dat ze dat zelf vaak niet doorhebben), maar ze zeggen wel tegen anderen hoe dat werkt, koekjes bakken. Koekenbakkers schreeuwen vaak nog net iets harder dan appeltaartmeisjes. Ze plassen ook in brievenbussen en gooien met emmers water. En daarna zeggen ze sorry en ik schaam me. En dan mogen ze blijven. Want zo werkt het kennelijk vaak, in het appeltaartenkoekenbakkers universum. Zucht.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten